Behandeling alvleesklierkanker

U bevindt zich hier: Alvleesklierkanker Ľ Behandeling

De behandeling van alvleesklierkanker

Welke behandeling voor alvleesklierkanker wordt gekozen, is afhankelijk van:

  • de soort cellen waaruit de tumor bestaat
  • het stadium van de ziekte (grootte van de tumor, eventuele doorgroei in omringend weefsel, mogelijke uitzaaiingen)
  • hoe kwaadaardig de cellen zijn
  • de plaats van de kanker
  • persoonlijke kenmerken (leeftijd, algehele conditie)

Curatieve of palliatieve behandeling

Afhankelijk van de ernst van de ziekte wordt bepaald of de behandeling gericht zal zijn op genezing (curatieve behandeling) of, als dat niet meer mogelijk is, op het afremmen van de ziekte en het verminderen van klachten (palliatieve behandeling). Curatieve behandeling is bij deze agressieve kankersoort vaak niet meer mogelijk. Ook komt het voor dat tijdens de operatie blijkt dat de tumor ondanks eerdere onderzoeken in een te vergevorderd stadium is om te kunnen worden verwijderd. Ongeveer een vierde van de patiŽnten komt in aanmerking voor een curatief behandelplan.

Operatie

Wanneer genezing mogelijk is, vindt altijd chirurgie plaats. Meestal is dit in de vorm van een PPPD (Pylorus-preserving pancreatico duodenectomy). Hierbij wordt het volgende verwijderd:

  • het deel van de alvleesklier waar de tumor in zit
  • de twaalfvingerige darm
  • de galblaas
  • een deel van de galwegen
  • de lymfeklieren rondom de alvleesklier

Hoewel de lymfeklieren schoon kunnen zijn, worden ze toch verwijderd. Dit gebeurt omdat tijdens de operatie niet met zekerheid is te zeggen of ze uitzaaiingen bevatten. Bij een PPPD wordt de maag gespaard. Wordt de maag wel (grotendeels) verwijderd, dan wordt dit een Whipple-operatie genoemd. Een nadeel hiervan is dat het voedsel sneller dan normaal in de darmen terechtkomt, wat leidt tot klachten als buikpijn, braken en diarree.

Na de operatie treden er mogelijk klachten op als een opgeblazen gevoel, misselijkheid en gewichtsverlies. Dit komt doordat de alvleesklier niet meer voldoende enzymen aanmaakt, nodig voor een goede spijsvertering. De behandelend arts kan speciale alvleesklierenzymen voorschrijven.

Chemotherapie

Voor chemotherapie wordt gekozen als genezing niet meer mogelijk is - dus als palliatieve behandeling - of als aanvullende behandeling voor of na een operatie. In het eerste geval zal de chemo de ziekte slechts tijdelijk afremmen.

Tijdens de kuur krijgt de patiŽnt zogenaamde cytostatica toegediend: celdodende of celdelingremmende medicijnen. Deze zijn in staat de kwaadaardige cellen via het bloed te vernietigen. Omdat cytostatica daarnaast ook gezonde cellen aanpakken, hebben ze een aantal bijwerkingen, waaronder haaruitval, misselijkheid en vermoeidheid.

Radiotherapie (bestraling)

Bestraling wordt meestal toegepast om de pijn te verminderen die wordt veroorzaakt door de tumor zelf of door uitzaaiingen. Een mogelijke bijkomstigheid is dat de tumor kleiner wordt. Radiotherapie is een plaatselijke behandeling waarbij de gezonde cellen zo veel mogelijk worden gespaard. Een veelvoorkomende bijwerking van bestraling is vermoeidheid.

Lees verder over voeding en alvleesklierkanker -->


(Advertentie)



(Advertentie)